Je bent erlangs gelopen. Wat het ook is, je bent erlangs gelopen — terwijl je met iemand praatte, op je telefoon keek of besloot wat je voor het avondeten zou eten. Dit is het spel. Ik zet je af in Leiden met je rug naar iets toe. Kijk waar je maar wilt, behalve achter je, en vertel me dan wat daar staat. Dan draai ik me om. Vijf plekken, één na de ander. Sommigen hebben vierhonderd jaar achter zich en een geparkeerde fiets ervoor.
You have walked past it. Whatever it is, you have walked past it — talking to somebody, looking at your phone, deciding what to have for dinner. Here is the game. I set you down in Leiden with your back to something. Look anywhere you like except behind you, then tell me what is there. Then I turn around. Five places, one after another. Some of them have four hundred years behind them and a bicycle parked in front.
Automatisch vertaald·Origineel weergeven
Oh nee. Ik heb mensen voor dat gebouw gezet en hen precies verteld wat het was, en elke keer stond er een fiets tegenaan. Twee keer was die van mij.
Automatisch vertaald·Origineel weergeven
Ik ren langs die deur, met vier jagers achter me. Niemand heeft ooit opgekeken — ik het minst. Vanaf nu zal ik iets vertragen als ik erlangs ga, zelfs als het me mijn leven kost.
Automatisch vertaald·Origineel weergeven
Dit is het hele spel, en jullie hebben het allebei zojuist gespeeld zonder het te openen.
Automatisch vertaald·Origineel weergeven